Nominatieproces en timing

Het uitzonderlijke verhaal en het erfgoed van de Koloniën van Weldadigheid mag niet verloren gaan. Sinds 2012 werken verschillende partners (3 provincies, zeven gemeenten en tal van andere organisaties en overheden uit België en Nederland) dan ook samen om de Koloniën van Weldadigheid gezamenlijk voor te dragen als Werelderfgoed.  In januari 2017 werd het nominatiedossier plechtig overhandigd aan het Werelderfgoedcomité in Parijs.

Dit is de weg die naar die overhandiging heeft geleid:

Startschot

In juli 2012 werd het Charter van Merksplas ondertekend. Alle betrokkenen, in totaal veertien partners, verbonden er zich toe samen het nominatiedossier voor te bereiden.

Bestuurders na ondertekening charter.JPG

Experts en betrokkenen

Er kwamen verschillende expertgroepen en overlegorganen. Er werd onderzocht of en waarom de Koloniën van Weldadigheid wereldwijd wel degelijk uniek zijn. Mensen die in de gebieden wonen of ondernemen werden bij het proces betrokken. In speciaal opgerichte klankbordgroepen bleven zij op de hoogte en konden ze hun belangen behartigen.

Eerste stuurgroep Unesco 2013.jpg

Op de Nederlandse en Vlaamse kandidatenlijst

Om in aanmerking te komen voor de Werelderfgoedstatus moesten de Koloniën van Weldadigheid eerst een plaats veroveren op de nationale kandidatenlijst (tentative list) van zowel Nederland als België. Omdat ze geloofde in het dossier, plaatste de Nederlandse Rijksdienst de Koloniën van Weldadigheid in mei 2015 vooraan in de lijst van voor te dragen mogelijke Werelderfgoederen. België deed dit eveneens in 2015.

Nominatiedossier

Sinds mei 2015 werkte een team in een rechte lijn naar de deadline voor indiening in januari 2017. Ook na verschillende bezoeken en adviezen van internationale experts kreeg het nominatiedossier steeds meer vorm. Er kwam een antwoord op vragen zoals: wat maakt de Koloniën van Weldadigheid uniek? Hoe vertaalt die uniciteit zich fysiek in het landschap? Wat zijn de exacte grenzen van de Werelderfgoedsites? Hoe zullen de partners de bijzonder waarde van de Koloniën behouden in de toekomst? Dit alles werd in een lijvig nominatiedossier gegoten, dat je hier kan inkijken.

Goedkeuring Nederlandse en Vlaamse regering

Op 2 december 2016 maakte Vlaams minister-president Geert Bourgeois, ook bevoegd voor Buitenlands Beleid en Onroerend Erfgoed, de beslissing bekend om het werelderfgoednominatiedossier voor de Koloniën van Weldadigheid voor te dragen om op de Werelderfgoedlijst van Unesco te plaatsen. Tijdens een event in Veenhuizen op 21 december 2016 maakte minister Jet Bussemaker bekend ook vanuit Nederlandse zijde het dossier voor te dragen.

Goedkeuring ministerraad.jpg

Ingediend: wat dan?

Op 20 januari 2017 werd in Parijs het nominatiedossier plechtig aan het Werelderfgoedcomité overhandigd. Experts van The International Council on Monuments and Sites (ICOMOS) en The International Union for Conservation of Nature (IUCN) zullen er zich over buigen. Zij bezoeken ook de Koloniën en adviseren of ze een plaats op de Werelderfgoedlijst verdienen.

PU009.jpg

Beslissing Werelderfgoedcomité 2018

De Koloniën van Weldadigheid hebben een stap dichterbij gezet naar de inschrijving op de UNESCO-Werelderfgoedlijst. Dat heeft het Werelderfgoedcomité (21 afgevaardigden van landen die het Werelderfgoedverdrag ondertekenden) beslist op de jaarljkse internationale conventie in Manama (Bahrein). Het Werelderfgoedcomité besliste om het advies van ICOMOS niet te volgen en de zeven Koloniën wat huiswerk mee te geven en volgende jaar daarmee terug te laten komen. 

Volgende stap

Nederland en België werd gevraagd het nominatiedossier op een aantal zaken aan te passen en opnieuw in te dienen. Momenteel wordt er hard gewerkt om in 2019 opnieuw op de agenda van het Werelderfgoedcomité te kunnen komen .

Wat als de Koloniën van Weldadigheid Werelderfgoed zijn? 

Wat verandert er als de zeven Koloniën van Weldadigheid Werelderfgoed worden? Voor de gebieden is het een duwtje in de rug. Een sterrenstatus, zeg maar. De Werelderfgoedstatus kan zorgen voor meer toeristen, bedrijvigheid, investeerders en een groter internationaal netwerk. Het is ook een soort waarborg dat de sites ‘beschermd’ zullen worden.

Maar de Werelderfgoedstatus zet geen ‘kaasstolp' over het gebied. De gebieden worden geen openluchtmusea waarin niets meer kan veranderen. Wel moet er blijvend gewaakt worden over hun uitzonderlijke universele waarde. Nieuwe ontwikkelingen moeten aansluiten bij het karakter en de draagkracht van een Kolonie. Als de Koloniën van Weldadigheid als Werelderfgoed beschermd zouden worden, zou dat vooral een bekroning van de jarenlange inzet van veel bewoners, organisaties en overheden voor deze gebieden zijn.