Overslaan en naar de inhoud gaan

Onder de titel ‘Burgerschap en de Koloniën van Weldadigheid’ ging ondernemer en opiniemaker Sander Schimmelpenninck tijdens de eerste Weldadigheidslezing op 16 april in op het belang van burgerschap en het verheffingsideaal van de initiatiefnemers van de Koloniën van Weldadigheid. In het panelgesprek met Schimmelpenninck, Suzanna Jansen en Paul Meurs, onder leiding van Wilbert van de Kamp, kwam vervolgens aan bod dat dit een aansprekend ideaal is, maar in de praktijk ook haken en ogen kent.

Armoede en ‘de kloof’

Tijdens zijn betoog blikte Schimmelpenninck terug op de opnames voor een nieuw seizoen van zijn succesvolle televisieprogramma ‘Sander en de kloof’. In dit programma gaat hij op zoek naar verklaringen en oplossingen voor de kansen van financieel arme en rijke Nederlanders. ‘Toegeven dat je arm bent, wil vrijwel niemand’, zo geeft hij aan. Liever de verwarming later, een trui aan en toch de nieuwste technische gadgets in huis om te kunnen maskeren dat je moeite hebt om rond te kunnen komen. ‘Maar vanuit die onvrede komt wel voort dat mensen zich soms afkeren van de democratie. Partijen die hun problemen wél zouden kunnen oplossen, door meer geld beschikbaar te maken voor échte armoedebestrijding, komen mede hierdoor niet aan de bak.’

Schimmelpenninck is onder de indruk van het ondernemerschap van Johannes van den Bosch en de andere initiatiefnemers van de Koloniën van Weldadigheid. ‘Hoewel de geschiedschrijving niet vriendelijk is voor Van den Bosch en de zijnen, moet je bewondering hebben voor de inzet en het doorzettingsvermogen om te willen investeren. In mensen, in grond, in een nieuw systeem van armoedebestrijding’, zo geeft hij aan. 

Niet het individu vergeten

Na de lezing van Schimmelpenninck nam hij samen met schrijfster Suzanna Jansen en architect-onderzoeker Paul Meurs plaats in het panel. Gespreksleider Wilbert van de Kamp vroeg zowel Jansen als Meurs op de bewondering van Schimmelpenninck in te gaan. Jansen: ‘Ja, het initiatief had zeker zijn goede kanten. En er zijn in Frederiksoord-Wilhelminaoord en de andere vrije koloniën ook echt wel gezinnen geweest die vooruit gingen. Maar was dat het systeem of het individu dat succesvol was?’ Ze geeft aan dat de verschillen groot zijn en dat vooral in de onvrije koloniën, zoals Veenhuizen, het individu helemaal naar de achtergrond verdween. Daar zijn ook minder succesverhalen te vinden. Als schrijfster van het Pauperparadijs en nazaat van Veenhuizer kolonisten weet ze daar alles van. ‘Het is heel opvallend dat veel mensen met voorouders in de vrije koloniën dat wél weten, maar mensen met voorouders in de onvrije koloniën dat niet weten of verborgen willen houden’, benadrukt ze. 

Meurs ging ook in op de bijzonderheid van de Werelderfgoedstatus van een gebied dat zich richtte op armoedebestrijding. ‘De meeste Werelderfgoederen hebben gemeen dat zij een uiting zijn van rijkdom. Simpelweg omdat dit soort gebouwen vaak beter bewaard gebleven zijn. Ze waren beter gebouwd of hadden in hun tijd al een belangrijke rol in de samenleving’, zo licht hij toe. De schaal van de Koloniën van Weldadigheid heeft zeker bijgedragen aan het behoud ervan. Maar die schaal heeft misschien niet bijgedragen aan het succes. ‘In andere landen, Schotland en Zwitserland bijvoorbeeld, zijn ook dergelijke initiatieven gestart. Die waren kleinschaliger en hadden in veel gevallen meer impact op het verheffen van de bevolking op wie het project zich richtte’, aldus Meurs.

Langetermijn visie

Waar alle panelleden het over eens waren, is dat de langetermijnvisie van de initiatiefnemers van de Maatschappij van Weldadigheid uniek was. Zeker voor die tijd, maar ook in de huidige tijd kunnen we daar nog veel van leren. ‘Kabinetten volgen elkaar te snel op’, aldus Schimmelpenninck. ‘En armoedebestrijding wordt als kostenpost gezien. Terwijl het een investering is: in de toekomst, in mensen, in een combinatie daarvan.’ Jansen benadrukt dat iedereen dan wel de vrijheid moet hebben om zijn eigen keuzes te maken. ‘Dat ontbrak natuurlijk volledig in de onvrije koloniën, maar ook in de vrije koloniën moesten kolonisten zich aan regels houden.’ Die investering kost in sommige gevallen minder dan het oplossen van problemen die door armoede ontstaan. ‘De overheid kan ook niet alles, en kan niet alles goed doen’, aldus Meurs. ‘Maar je kan wel een begin maken, met maatwerk. Kijk terug op wat niet gelukt is en leer daarvan voor de toekomst. Dat draagt ook bij aan het creëren van draagvlak en begrip voor de situatie.’

Volgende Weldadigheidslezingen

Na deze eerste editie volgen er meer Weldadigheidslezingen. Noteer de volgende data:

  • 30 juni – lezing door Michelle van Tongerlo in de Koepelkerk, Veenhuizen.
  • 8 november – Weldadigheidslezing tijdens de Voorouder- en nazatendag in Veenhuizen (spreker volgt).

Aanmelden en praktische informatie

Meer informatie over het programma en (eventuele) aanmelding vind je binnenkort op deze website. Zodra de spreker voor 8 november bekend is, publiceren we ook die update op de website.

Over de sprekers

Sander Schimmelpenninck is journalist, ondernemer en opiniemaker. Na een korte carrière als advocaat werd hij hoofdredacteur van Quote en columnist bij de Volkskrant. Hij maakt tv-programma’s, richtte Tonny Media op en investeert in maatschappelijke, duurzame bedrijven. Zijn scherpe visie combineert kapitalismekritiek met nadruk op eigen verantwoordelijkheid en publieke rol vandaag.

Wilbert van de Kamp is presentator, programmamaker en spreker. Hij presenteert bijeenkomsten, talkshows en podcasts over diverse thema's. Hij combineert praten met doen: hij startte meerdere maatschappelijke initiatieven, schrijft columns en werkt voor uiteenlopende opdrachtgevers in cultuur, media en overheid.

Paul Meurs is architect‑historicus en partner bij onderzoeks- en adviesbureau SteenhuisMeurs. Hij is gespecialiseerd in erfgoed en ruimtelijke transformatie, met aandacht voor bestaande kwaliteiten en gebiedsidentiteit. Van 2006 tot 2016 was hij hoogleraar Heritage and Cultural Value aan de TU Delft en is hij een veelgevraagd spreker.

Suzanna Jansen is schrijfster en journaliste. Ze werd bekend met de bestseller Het pauperparadijs, over haar familiegeschiedenis in de Koloniën van Weldadigheid. In haar werk onderzoekt zij hoe grote maatschappelijke ontwikkelingen doorwerken in gewone levens, met thema’s als armoede, vrouwenemancipatie en veerkracht.